Het institutioneel racisme van minister Van Engelshoven

Gepubliceerd op 16 juli 2021 om 07:26

Universiteiten moeten hun gebouwen gaan verschonen van kunst, foto’s en namen waaraan mensen uit een minderheidsgroep aanstoot kunnen nemen. De dringende suggestie komt van demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en is volgens haar een voorwaarde om subsidie uit Brussel te krijgen.

De Europese Commissie heeft 5 miljard euro belastinggeld als onderzoeksfinanciering te verdelen en stelt als voorwaarde dat universiteiten diverser moeten worden. Zo moeten de hogeronderwijsinstellingen niet alleen hun muren controleren op beledigende kunst en ander ’minachtend’ materiaal, maar moet er ook een awardsysteem komen om de voortgang op het gebied van diversiteit te stimuleren.

Om de voortgang te kunnen aantonen, dienen de universiteiten alle data over huidskleuren, afkomst, gender, lichamelijke conditie (handicap of niet) te verzamelen en te overleggen aan de Europese Commissie. Verder moeten universiteiten meer vakken aanbieden die gaan over diversiteit, gendergelijkheid en ’intersectionaliteit’ (het idee dat mensen discriminatie kunnen ervaren op meerdere onderdelen van hun identiteit).

Ja, institutioneel racisme bestaat. Alleen niet als de ongrijpbare samenzwering van (oude) blanke mannen met de bedoeling mensen met een andere huidskleur of achtergrond het leven zuur te maken. Het racisme, dat zich met ideologische precisie nestelt in onze universiteiten, culturele instellingen, overheid en bedrijfsleven, heeft zich vermomd als antiracistische weldoener en komt van adviesraden, cursusbureaus en de overheid zelf. Het racisme vermomd als antiracisme komen we tegen in beleidsnota’s, subsidieregelingen, bewustzijnscursussen en in het onderwijs. Waar eigenlijk nog niet?

Kernbegrip is diversiteit. De variatie die wordt beoogd, wordt afgelezen aan de groepen waarin mensen ongevraagd zijn ingedeeld. Zoals in het advies van de minister te lezen valt, hebben deze groepen een vorm van legitimiteit verworven. Huidskleur, geslacht, geaardheid, gender of culturele afkomst zijn binnen de instituties van doorslaggevend belang geworden.

Steeds meer instellingen gaan akkoord met het opbergen van individuen in groepen en worden financieel – maar ook moreel – afhankelijk van de opdracht tot diversiteit. Zo zijn we inmiddels terechtgekomen in een samenleving waar mensen primair beoordeeld moeten worden aan de hand van hun (uiterlijke) kenmerken en niet op basis van hun capaciteiten, verdiensten of karakter.

Wie als kunstenaar of kunstinstelling in aanmerking wil komen voor subsidie moet zich houden aan de Code Diversiteit & Inclusie van de Raad voor Cultuur. Wie niet kan aantonen dat zijn of haar vrije geest vervuld is van niet-westerse culturen, niet-blanke rassen of een niet-hetero geaardheid, hoeft niet te rekenen op subsidie.

De geschiedenis zit vol met rampzalige ontsporingen wanneer mensen op basis van geaardheid, huidskleur of etnische afkomst worden ingedeeld bij een groep waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Overheden die dit initiëren en afdwingen via codes en beleid, behoren tot de grootste vijanden van vrije individuele mensen.

Het is huiveringwekkend om te zien hoe in Amerika de critical race theory vaste voet krijgt in het onderwijs. Deze ideologie verdeelt de mensheid in twee groepen. Aan de ene kant staan de blanke mensen, die voor onderdrukkers gehouden worden. En aan de andere kant zijn er de niet-blanken, die onderdrukt worden door de ’dominante blanken’. De groepsindeling geldt vanaf de geboorte.

Onderwijzers, politici, studenten en activisten die zich bedienen van deze theorie, leunen zwaar op het sociaal darwinisme, de obscure sociale wetenschap die in nazi-Duitsland als rechtvaardiging diende voor de rassenwetten van Neurenberg. Ras als allesbepalende factor voor menselijke eigenschappen, maatschappelijke lotsbestemming en strijd.

Het is een schande dat ministers, wethouders, hr-managers en leden van de Europese Commissie – onder het mom van antiracisme en vooruitgang – dit racisme institutionaliseren en daarmee mensen tegen elkaar opzetten en uiteindelijk de hele samenleving polariseren.

In Amerika zien we ouders van alle kleuren en achtergronden in opstand komen tegen schoolbesturen, die het racisme en de verdeeldheid prediken. Het drukt het racisme dat zich voordoet als antiracisme, in de verdediging.

Dat verzet zouden we ook in Nederland meer mogen zien. Dan maar geen subsidie van minister Van Engelshoven of de Europese Commissie.

 

Deze column verscheen op 14 juli 2021 in De Telegraaf

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.