Waarom GroenLinks geen plek in een nieuw kabinet verdient

Gepubliceerd op 27 mei 2021 om 23:29

De formatie krijgt vaart en GL loopt zich warm voor deelname aan een nieuw kabinet. De partij wil graag en kan daarbij op steun rekenen van in ieder geval twee andere coalitiekandidaten, D66 en de PvdA. Toch verdient de partij van Jesse Klaver geen plek in het landbestuur. GL in de regering doet geen recht aan de verkiezingsuitslag.

D66-voorvrouw Sigrid Kaag heeft er nooit een geheim van gemaakt. Zij wil een ’zo progressief mogelijk’ kabinet. Na afloop van haar gesprek met informateur Mariëtte Hamer, dinsdag, vertelde Kaag de pers dat wat haar betreft een kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA én GL al voor de zomer een feit is.

Voor een parlementaire meerderheid kan zo’n centrumkabinet prima zonder GL. Samen hebben VVD, D66, CDA en PvdA een ruime meerderheid van 82 zetels. Maar Kaag wil Klaver erbij om middels een progressief blok haar eisen tegenover VVD en CDA extra gewicht te geven. Met name op klimaatbeleid en op het terrein van de identiteitspolitiek rond diversiteit en inclusie.

Dat Klaver klaar is om mee te regeren, wekt geen verbazing. Zeker als dat kan met PvdA en D66. De laatste keer dat een partij van de bloedgroep waaruit GL is samengesteld aan het landsbestuur deelnam, is bijna 45 jaar geleden. Van 1973 tot 1977 zat de PPR in het kabinet-Den Uyl met een minister, een staatssecretaris en een minister zonder portefeuille.

Inmiddels bestuurt GL mee op provinciaal en vooral op lokaal niveau. In 85 van de 355 gemeenten zit GL in het college. Onder meer in de grote steden Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam. In de hoofdstad werd GL bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 de grootste en deelt er, samen met GL-burgemeester Femke Halsema, de lakens uit. Dat smaakt naar meer, moet de partijleiding in Den Haag denken.

Uiteraard heeft iedere meerderheid in de Tweede Kamer democratische legitimiteit. Ook als die meerderheid louter uit partijen zou bestaan, die in meer of mindere mate zetels hebben ingeleverd. Maar zoals na de verkiezingen het initiatief voor een nieuw kabinet ligt bij de partij die de grootste geworden is, zo ligt het ook voor de hand om pas als allerlaatste aan te kloppen bij de partij die als grootste verliezer uit de bus gekomen is.

GL verloor 6 van de 14 zetels. Geen van de andere partijen is op 17 maart zo hard afgestraft door de kiezers als de partij van Klaver. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, maar het groeiend verzet tegen de manier waarop lokale GL-bestuurders zonder overleg of inspraak burgers opzadelen met hun klimaatplannen spreekt boekdelen. Stadsmensen, natuurliefhebbers en oud-sympathisanten haken in groten getale af.

Veel gehoord is de klacht dat GL nog maar weinig groen is. Biomassa en de plaatsing van windturbines blijven speerpunten van de partij, maar worden door burgers allang niet meer als groen ervaren.

Een andere reden voor het verlies kan de lange discussie over Kamerlid Kauthar Bouchallikht zijn. De partij bleek onwetend over haar werkzaamheden met de conservatief-islamitische stroming Milli Görüs. Naast de 27.000 voorkeursstemmen voor Bouchallikht kunnen andere kiezers die voorheen GL stemden, zijn gaan twijfelen over het seculiere en progressieve karakter van de partij.

Hoe dan ook, de oplossingen die GL voorstaat, zijn aanzienlijk minder populair geworden.

Een andere vraag is of de verkiezingsuitslag van 17 maart ook wijst in de richting van het zo progressieve kabinet waarvan Kaag droomt? Het antwoord is nee. Kiezers hebben opnieuw rechtser en behoudender gestemd dan vier jaar geleden.

En ook al vallen PVV, FvD, JA21, SGP en BBB straks buiten regeringsdeelname, een nieuw kabinet zou de thema’s en zorgen van hun kiezers niet in de wind moeten blijven slaan. Sterker, er ligt een dringend advies van de staatscommissie Remkes om de groeiende groep van meer conservatieve kiezers serieus te nemen en hen zo te behouden voor de parlementaire democratie.

Het was geen vrijblijvend consult van Johan Remkes, die waarschuwde voor afhaken en apathie. Volgens de commissie voelt een grote groep burgers zich niet meer vertegenwoordigd op het Binnenhof, omdat zij hun thema’s en zorgen nooit terugzien in het landsbestuur. Zoals immigratiebeperking, veiligheid en inspraak.

Het getuigt van weinig zicht op de samenleving om dit alles te negeren en te gaan voor een ’zo progressief mogelijk’ kabinet met GL. Maar ook dat is geen verrassing. Kaag begon haar verkiezingscampagne met de mededeling dat ze de lijnen wil uitzetten en niet geboeid is door wat kiezers daarvan denken. Het is aan VVD en CDA om in een nieuw kabinet de verkiezingsuitslag meer representatie te geven en GL erbuiten te houden.

 

Deze column verscheen op 19 mei 2021 in De Telegraaf


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Andre
4 maanden geleden

Goeie analyse, geheel mee eens!