Acht oplossingen voor de asielcrisis

Gepubliceerd op 29 augustus 2022 om 23:57

’Van een asielstop kan geen sprake zijn.’ Staatssecretaris Eric van der Burg van herhaalde zichzelf nog maar eens tegenover de boze inwoners van Tubbergen. ’Nederland is gebonden aan internationale verdragen en komt niet onder de opvang uit’, zei hij in het hol van de leeuw. Toch lijkt onwil een groter obstakel voor een asielstop dan internationale verdragen. Hierbij acht suggesties voor het kabinet.

Uitgangspunt is dat Nederland uiteraard onderdeel is van de internationale gemeenschap, maar dat volksvertegenwoordigers en kabinetsleden primair de belangen dienen van de mensen die hen de representatie hebben toevertrouwd. En dat is de Nederlandse bevolking.

1. Kansloze asielzoekers en criminele statushouders

Als er één groep asielzoekers prioriteit heeft om Nederland uitgezet te worden - en er nooit meer in te komen - dan is het de verzameling criminele jonge mannen uit Marokko, Algerije en Tunesië. Zij beroven mensen binnen en buiten de azc’s, zorgen voor overlast en intimideren en mishandelen trein- en buspersoneel. Zij maken geen enkele kans op asiel, omdat zij uit veilige landen komen, vaak al zijn afgewezen in andere EU-lidstaten en meerdere keren in aanraking zijn geweest met politie en justitie.

Er zijn geen juridische beletsels om deze criminelen uit Nederland te verwijderen. Sterker, de rechterlijke macht is stomverbaasd waarom de politiek hen het land niet weet uit te zetten. Wanneer het probleem is dat Marokko, Algerije en Tunesië deze ongewenste vreemdelingen weigeren terug te nemen, kan de EU of Nederland alleen de terugkeer afdwingen middels diplomatieke druk of sancties.

Europa is een machtig economisch blok, dat in staat moet zijn repatriëring van criminele asielzoeker bij deze landen af te dwingen. Dat vraagt om minder naïviteit en een hardere opstelling van Nederland.

Om kansloze asielzoekers te ontmoedigen naar Nederland te komen en hier langere tijd te verblijven kan het wetsvoorstel om illegaal verblijf in ons land strafbaar te stellen uit 2013 alsnog door de volksvertegenwoordiging worden aangenomen.

De Vreemdelingenwet stelt dat statushouders hun verblijfstatus verliezen bij ernstig crimineel gedrag. Ernstig is een rekbaar begrip, maar Nederland kan die bepaling strenger en strikter toepassen. Dat is een manier op goed gedrag te belonen en consequenties te stellen aan slecht gedrag. Dat gebeurt te weinig. Zo kon de Syrisch-Palestijnse statushouder Saleh A. in 2017 gewoon in Nederland blijven, nadat hij met veel geweld de ruiten had ingeslagen van het Joods restaurant Ha Carmel in Amsterdam. Dat geweld kon hij twee jaar later herhalen, omdat hij niet was uitgezet.

Ook de Soedanese man die verantwoordelijk is voor de gewelddadige dood van de 18-jarige Rik van de Rakt uit Oss had een tijdelijke verblijfsvergunning en was meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. Het had alles uitgemaakt als de man volgens de Vreemdelingenwet was uitgezet.

2. Buitengewone omstandigheden

Volgens Artikel 111 van de Vreemdelingenwet kan het kabinet onder buitengewone omstandigheden een asielstop afkondigen. Zowel wat betreft de opvangcapaciteit als de omvang van de instroom van gemiddeld duizend asielzoekers per week, kan er gesproken worden over buitengewone omstandigheden. Deze aantallen kan de beschikbare opvang niet aan en de aantallen verstoppen de asielprocedure. De stikstof- en wooncrisis en de opvang van 70 duizend vluchtelingen uit Oekraïne maken de omstandigheden extra afwijkend.

3. VN Vluchtelingenverdrag

Nederland heeft het VN Vluchtelingenverdrag ondertekend en verplicht zich daarmee mensen op te nemen, die in hun eigen land het gevaar lopen om vervolgd te worden. Het verdrag stamt uit 1951 en de kritiek is dat het niet meer van deze tijd is. Volgende de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb (PvdA) fungeert het verdrag inmiddels vooral als ’doorgeefluik voor miljoenen mensen en daar is het niet voor bedoeld’.

Aboutaleb ziet begrenzing van de asielstroom als noodzaak om de verzorgingsstaat ook op lange termijn in tact te houden. Lang niet alle asielzoekers zijn vluchtelingen. Het opzeggen van het verdrag kan, maar ook mét het verdrag is meer regie over immigratie mogelijk.

4. Denemarken

Dat bewijzen Ierland en Denemarken binnen de EU en een land als Canada. Deze drie hebben zowel het VN Vluchtelingenverdrag ondertekend als de volledige regie over hun asielbeleid. Dat verdrag is dus niet zo’n grote belemmering als Van der Burg wil doen geloven.

Voor Ierland en Denemarken geldt dat zij een uitzonderingspositie bedongen hebben binnen Europa. Als Nederland in aanmerking wil komen voor zo’n Deense uitzonderingspositie moet het Verdrag van Maastricht (1992) worden opengebroken en de lidstaten moeten unaniem instemmen met die aanpassing. Het is niet erg realistisch dat dat gaat gebeuren.

Toch valt er van de Denen een belangrijke les te leren. Het zijn ook in Denemarken de sociaaldemocraten die de houdbaarheid van de verzorgingsstaat als uitgangspunt nemen, om de regie te pakken over de asielverzoeken die het land aandoen. Die houdbaarheid is ook voor Nederland van het grootste belang. De nettokosten van de immigratie tussen 1995 en 2019 zijn voor ons land berekend op 400 miljard euro. Als de immigratie in het huidige tempo doorgroeit levert dat niet alleen een overbevolkt Nederland op, maar ook het failliet van de zorgvuldig opgebouwde verzorgingsstaat.

5. Dublin-claim

Europese afspraken zijn volgens de staatssecretaris een belangrijke sta-in-de-weg voor een rem op de asielinstroom. Maar een van die afspraken is dat zeker niet. Volgens het Akkoord van Dublin dienen asielzoekers hun asielverzoek te doen in het land waar zij de EU binnenkomen en daar dienen zij de asielprocedure te volgen. Nederland zou dus asielzoekers die de grens overkomen kunnen ’terugsturen’ naar de landen waar zij doorheen gereisd zijn om in Ter Apel te belanden. Het kabinet claimt bij die landen dan de ’Dublin-afspraken’ waarbij zij deze asielzoekers terugnemen.

De procedure is omslachtig en weinig solidair, maar als Van der Burg zich beroept op Europese afspraken, dan is dit er ook een.

6. Fort Europa

Toen Nederland zich nog buiten het bereik van de grote asielstromen waande heeft ons land een aanzienlijke versterking van de Europese buitengrens weg gevetood. De Europese Commissie deed in 2018 een voorstel om de bewaking van de Europese buitengrens uit te breiden van 1300 naar 10.000 agentenx. Dat plan vond minister-president Rutte ’een beetje wild’. Volgens de kruidenier onder de Europese regeringsleiders zou het wel ’heel veel geld gaan kosten’.

We hadden toen al gezien hoe asielmigranten andere EU-landen - als Griekenland, Italië, Oostenrijk en Spanje - kunnen doorkruisen om Duitsland en Zweden te bereiken. Erg solidair met de lidstaten aan de zuidgrens was het veto van Rutten niet. De Europese buitengrens is natuurlijk ook onze grens en daarom begint daar de controle over immigratie en de asielzoekers die op weg willen naar Ter Apel.

Die fout kunnen premier Rutte en staatssecretaris Van der Burg herstellen door het initiatief te nemen, om met hun collega’s in de EU te komen tot een gecontroleerde Europese buitengrens. Een duurzame oplossing waarbij onderdelen uit het Canadese immigratiemodel als voorbeeld kunnen dienen. Zoals een percentage vluchtelingen en immigratie afgestemd op waar de EU behoefte aan heeft. Regie betekent geen potdichte grenzen, maar controle over wie die grenzen over mogen en wie niet.

7. Mensenhandel harder bestraffen

De mensenhandel naar en door Europa is een goudmijn voor smokkelbendes. De boetes, de gevangenisstraffen en de pakkans kunnen flink omhoog. Het mag niet lonen, om mensen naar en in Europa te verhandelen. Wederom is hier de gezamenlijke jacht op deze criminelen het meest effectief, maar de straffen voor mensenhandel kan Nederland op eigen houtje aanzienlijk verhogen. Ook dat zal een afschrikkende werking hebben.

8. Gezinshereniging aan banden

En tot slot kan het kabinet en de volksvertegenwoordiging de regeling rond gezinshereniging aanzienlijk aanscherpen. Er zijn op dit moment bijna geen voorwaarden, om gezinsleden te laten nareizen wanneer een gezinslid een verblijfstatus heeft bemachtigd. Het is een van de redenen waarom Nederland zo in trek is bij jonge mannen uit het Midden-Oosten en Afrika. Zij vertrekken als voorhoede naar Europa om later familie te laten overkomen. Het Nederlandse kabinet en parlement kunnen zelf de gezinshereniging inperken. Daardoor wordt Nederland minder aantrekkelijk voor asielzoekers.

 

Voor zolang het er nog zit kan dit kabinet dus wel degelijk maatregelen nemen om de toestroom van asielzoekers in te perken en zo de chaos te beëindigen. Er is geen gebrek aan mogelijkheden, er is geen wil om echt te handelen.

 

Deze column verscheen op 24 augustus 2022 in De Telegraaf


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.